
| Dagen | 23 |
| Niveau | ???? |
| Max. hoogte | 5135 m |
Deze trek is officieel pas geopend voor toeristen vanaf 1991. Het gevolg hiervan is dat de oorspronkelijke cultuur en tradities behouden zijn gebleven. Wel is voor dit gebied een duurdere trekkersvergunning vereist, moet er in groepsverband getrokken worden en wordt de groep begeleid door een “liaison officer”, een toezichthouder.
Vanaf Gorkha (met fort, paleis en tempelcomplex) loopt het pad via de smalle Buri Gandaki vallei door kleine dorpjes naar het noorden. Bij Ngyak gaat de trek westwaarts en wordt het boeddhisme de belangrijkste religie. Langs de route worden vele gebedsmuren gepasseerd met in de stenen de mantra “om mani padme hum” gegraveerd.
Onderweg naar Samdo, het meest afgelegen permanent bewoonde dorp, is er groots zicht op mount Manaslu (8156 m.) en de Himalchuli (7893 m.). Twee dagen na Samdo wordt de Larkya La (5135 m.) overgestoken. Vanaf deze pas kunnen de Himlung Himal, Annapurna II en vele andere pieken en hun gletsjers bewonderd worden. Een blik naar het noorden verklaart het begrip “regenschaduw” en toont de droge tibetaanse hoogvlakte.
De afdaling gaat via de Marsyangdi vallei door rododendronbossen naar Besi Sahar.

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief en je bent direct op de hoogte van alle