Ladakh

Ladakh in het uiterste, meest afgelegen noorden van India wordt ook wel “klein Tibet” genoemd. Het indrukwekkende landschap van Ladakh wordt begrensd door de twee machtigste bergketens ter wereld, de Himalaya en het Karakoram gebergte. Je reist in Ladakh door een droog woestijnachtig gebied met een bijna onwerkelijke uitstraling en schitterend gekleurde door erosie gevormde rotspartijen. Hier en daar zie je een heldere groene oase bij een dorpje. Op de achtergrond witbesneeuwde pieken.
Ladakh bestaat uit twee districten: Leh, wat weer verdeeld wordt in de Indus valei, de Nubra valei, de Shyok valei en de Markha valei, en Kargil.

De oorspronkelijke bevolking bestond uit Khampa nomaden die vanuit Tibet naar Ladakh getrokken zijn. De vriendelijke en kleurrijke bevolking van Ladakh is dan ook voornamelijk Boeddhistisch en je vindt deze cultuur terug in de schitterende kloosters, vaak tegen de berghellingen “geplakt”. Bijvoorbeeld rond Leh, de hoofdstad van Ladakh.
Hoog gelegen oude paleizen getuigen van een bijzonder verleden.

Maar Ladakh is niet alleen door de cultuur een geweldige bestemming, ook het maken van een trektocht door dit ruige land is onovertroffen en zelfs een mountainbiketocht is mogelijk.

Vaak lijkt de tijd te hebben stilgestaan in dit afgelegen en nog heel oorspronkelijke stukje India.

Boeddhistische cultuur
In Ladakh zijn de kloosters altijd het middelpunt geweest. Niet alleen religieus maar ook sociaal, economisch en zelfs op politiek terrein. De meeste gompa’s (kloosters) zoals die van Alchi, Lamayuru en Hemis, liggen op belangrijke oude handelsroutes tussen Tibet en Ladakh.

Het grootste en meest bekende religieuze festival in Ladakh is dat van Hemis wat eind juni of begin juli plaatsvindt. Dit festival is opgedragen aan Padmasambhava. Elke 12 jaar wordt de grootste schat van het klooster, een gigantisch grote Thangka (een religieus beschilderd of geborduurd doek) ontvouwd. De laatste keer was in 2004.
Ook het klooster in Lamayuru (begin juli), in Phiyang (eind juli of begin augustus) en Tak-thok (ongeveer 10 dagen na Phiyang) hebben hun festival in de zomerperiode. De andere kloosters houden de religieuze festivals in de winter, een tijd waarin de bevolking niet veel anders te doen heeft als gevolg van de soms barre weersomstandigheden.
Tijdens de klooster festivals worden door monniken vaak ingewikkelde religieuze dansen uitgevoerd. Ze zijn gekleed in kleurrijke gewaden en dragen maskers die meestal bedoeld zijn om schrik aan te jagen. De dans is een “verhaal” waarin bijvoorbeeld de overwinning van het goed over het kwaad wordt uitgebeeld.
Deze festivals trekken de lokale bevolking van heinde en ver naar de kloosters, niet alleen voor het religieuze aspect maar ook om familie, vrienden en kennissen weer eens te ontmoeten en bij te praten over de gebeurtenissen van alledag.
De meeste religieuze festivals duren twee dagen maar het Ladakh festival, georganiseerd door de regering, loopt twee weken en de viering van Losar (nieuw jaar) duurt zelfs bijna een maand.

Trektochten en mountainbiken
Er zijn meerdere trektochten mogelijk in Ladakh. Het beste seizoen voor trekking in Ladakh loopt van juli tot en met september.
Mountainbiken in Ladakh is een unieke belevenis voor de doorgewinterde mountainbiker.

     

Contact

Bel 050 5274183

Contact formulier

info@atma-asia.nl

Nieuwsbrief

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief en je bent direct op de hoogte van alle

  • Reisnieuws
  • Reistips