
Dagen: 11
Max. hoogte: 2500 m.
De geschiedenis van Bhutan
begon in de 17e eeuw toen de tibetaanse koning Sangtsen Gampo hier de
eerste twee boeddhistische tempels bouwde: Kyichu in de Parovallei en
Jampa in Bhumtang. Maar lang daarvoor werden de prachtige valleien al
bewoond door een bevolking van mogelijk mongoolse afkomst.
De scheiding door hoge bergkammen was er de oorzaak van dat zich
verschillen in taal en leefwijze ontwikkelden tussen bewoners van
naburige valleien.De huizen in Bhutan worden gekenmerkt door bijzonder
houtwerk en zijn prachtig beschilderd met boeddhistische symbolen. Vaak
zijn zij gegroepeerd om een dzong (kloosterburcht) die in vroegere
tijden niet alleen diende als religieus centrum maar ook een functie had
bij de verdediging van de vallei.
De bevolking gaat tot op de dag van vandaag gekleed in de traditionele
kledij: mannen dragen een gho, vrouwen een kira en met name tijdens de
schitterende religieuze festivals, waarvan er meerdere per jaar
plaatsvinden in Bhutan, vormen de toeschouwers met elkaar een vrolijk en
kleurrijk geheel.Bhutan, voor velen een droom, voor slechts enkelen een
ervaring maar voor iedereen een zeer bijzonder land.
Tijdens deze 11 daagse reis gaat de rit door valleien, over hoge passen
met uitzicht op besneeuwde Himalaya pieken, langs bergruggen begroeid
met dichte bamboe- en rododendronbossen en via vriendelijke dorpjes.Deze
schitterende route is de verbinding tussen de culturele hoogtepunten die
verspreid liggen over de verschillende valleien.

Zoals in Thimphu de majestueuze Tashicho dzong waar de regering van
Bhutan zetelt en het ziekenhuis waar traditionele geneeskunde bedreven
wordt. Ook de nationale bibliotheek, met duizenden manuscripten, is een
bezoek meer dan waard.
In de Parovallei ligt de Drukyel dzong (1647) met daarachter in de verte
de piek van de heilige berg Chomolhari (7314 m.) die de grens met Tibet
vormt. Ook in deze vallei: de Dungtse Lhakhang, een tempel in de vorm
van een chorten, met een buitengewone collectie schilderijen en het
legendarische Taktsang, het “tigersnest”, waarvan de resten nog te zien
zijn, als het ware aangeplakt tegen de loodrecht oprijzende rotsen. In
Paro zelf staat vlakbij het nationaal museum van Bhutan de dzong met
overdekte brug die prominent aanwezig zijn in de film “little Buddha”
van Bertolucci.
Meer naar het oosten liggen de Punakha dzong, op de plaats waar de Pho
(vader) en Mo (moeder) rivier elkaar ontmoeten en de vier Bhumtang
valleien waarin meerdere kloosters, een paleis en gastvrije dorpjes. Elk
jaar staan er vele op de kalender maar de grootste religieuze festivals
vinden plaats in de dzongs van Paro (eind maart/begin april) en Thimphu
(begin oktober). Monniken voeren tijdens zo’n festival de meest
gecompliceerde dansen uit in schitterende kostuums en verscholen achter
veel betekenende maskers.
Van heinde en ver komt de bevolking naar de kloosters om helemaal op te
kunnen gaan in het geloof maar ook om gezien te worden en om andere
mensen te ontmoeten in een feestelijke en ontspannen atmosfeer.

